van Habitus

Radna Fabias

handoplegging

weer is het heet
zuster rita heeft het geprobeerd, maar het wil maar niet afkoelen
(de airco blaast lauwe lucht naar de verhitte vrouwen)
de kerk is de wachtkamer van de hemel
dat belooft veel goeds

de dame voor me draagt een hoed met een veertje
(onder haar hoed draagt ze een pruik)
de Heilige Geest heeft haar zojuist aan het vallen gebracht
(de hoed is van haar hoofd gegleden)
ik houd mijn ogen op de pruik
(ligt nu voor het podium, spreekt in tongen)

dit is de kerk die broeder george bouwde

de gevallen dame rilt alsof de winter hier bestaat
ze schokt
(porno voor godvrezende vrouwen)
 
alle bronstige weduwen oude vrijsters gediscontinueerde bruiden
liggen nu naast elkaar op de eerste rij
(hun pruiken hun hoeden)
twee paar gebutste eierstokken draperen dekens over de onderlichamen
van de dames en hun tranen
(ze schokken hijgen kronkelen een enkeling schreeuwt)
 
broeder george is met zijn hand langs de gloeiende lichaamsdelen
van minstens drie vrouwen gegleden
(maar we eren alleen de kerk die hij bouwde)

in de wachtkamer van de hemel houden we onze benen
stevig tegen elkaar aan gedrukt
(ik ook, Vader, ik ook)
niemand verliest zich in de kruizen van alle mannen die hier ooit preekten
(ik al helemaal niet, Heer, zeker niet)

broeder george haalt zijn kruis uit zijn broek en het is heilig want Jezus
had er ook één en Hij droeg het waardig




alleen het laatste frame is zwart

mijn stuntvrouw draagt een uniform van trainingspakken
ze is eerst een speeltuin
dan een harpoen

in deze scène wacht mijn stuntvrouw tot het geld ‘valt’
ze kijkt naar haar telefoon
haar beltegoed is op

in deze scène ontmoet ze
de blonde jongen met de scooter
ze loopt mee door de draaideur
met de stuurloze krullenbol
 
in deze scène heeft ze
een zwak voor de dealer
ze streelt vertederd
de getatoeëerde tranen op zijn wang
 
in deze scène is mijn stuntvrouw hoopvol
ze baart weer een kind
ze koopt een pitbull
 
in deze scène heeft mijn stuntvrouw overgewicht
ze draagt een ketting met een naamhanger
naar vijf uitzendbureaus
 
in deze scène trekt ze een nummer bij het stadhuis
ze kijkt nederig, goedaardig
een ambtenaar leest haar de les
 
in deze scène koopt mijn stuntvrouw sneakers
ze laat haar schouders hangen
ze verstopt de post
 
in deze scène krijgt mijn stuntvrouw boetes
ze draagt een masker
in deze scène kom ik op




ik zoek je in de stad

ik zoek eerst je lijf in de stad
dat vind ik natuurlijk niet, maar ik heb alle tijd dus
ik schroef geduldig lichaamsdelen van passanten en bouw daarmee koest
je lichaam op
het gaat me best goed af
ik moet het alleen nog inkleuren

ik zoek je kleur in de oude klinkers van een dode, volle straat
ik zoek je in de geslepen rails waar de trein overheen glijdt
ik zoek je in kraai houtskool asfalt en alle dingen zwart
tussen 7 en 8 uur ’s ochtends vind ik je op de huid
van de elektriciteitsdraden boven de hele stad
ik ga op mijn tenen staan, maar ik kan er niet bij

je bent in het haar van de huilende vrouw in de kerk, de baarden van vrome mannen, de schoenzool van het meisje in het gras, de kozijnen van het oude gebouw waar een bruid voor een fotograaf poseert
ik vind je in boomschors boomstam rotsen en het zand op drie verschillende plekken in mijn geboorteland maar
ik mag van de douane je kleur niet meenemen

ik vind je in het onderstel van de pier bij de zee
natuurlijk vind ik je aan zee
je zit eerst in de vleugel van een hongerige meeuw
dan vind ik je
boven de zee
in de nacht die valt
om op jou te lijken




roestplaats

onderweg naar de roestplaats
bewater en bemest ik één vierkante kilometer roodbruine aarde
het is een altruïstische investering ik maak het mogelijk voor een ander om
wortel te schieten uit te dijen het ecosysteem te verstoren
dan was ik mijn handen
– lang en grondig –
ik trek de afdrukken van mijn vingers
– voorzichtig              ik ben voorzichtig –

ik knip mijn haar omdat ik een slachtoffer ben
ik verf mijn haar omdat ik een schurk ben
ik kweek een snor voor bij mijn valse papieren
– ik ben rustig             ik ben rustig –

de boeing vlieg ik door de turbulentie in retrospectief naar de man die mij terloops en onbedoeld verwekte
ik neem een gijzelaar, introduceer hem bij aankomst zeg deze man
doet me aan jou denken ik wil hem niet we moeten praten het is tragisch
dat ik hem zal dragen
en ik zal hem dragen
als een berenvel
ik zal hem dragen als een mantel
zijn huid ruikt naar woestijnhitte fenegriek en open wonden

mijn moeder breng ik terug naar het barre land omdat ik van haar houd
vanwege mijn moeder geef ik iedereen die op mij lijkt terug aan de aarde
ik werp mijn mantel af omdat ik van mijn moeder houd
omdat ik van mijn moeder houd bezweer ik de herhaling vanuit mijn afgeklemde eierstokken
 
mijn afgeklemde eierstokken zijn schoon
mijn afgeklemde eierstokken zijn schitterend
mijn afgeklemde eierstokken zijn vervaardigd van reactieve metalen
 
dan rust ik
hier roest ik
hier stopt het



Habitus, from which these poems are taken, will be released in 2021 by Deep Vellum / Phoneme Media.